© 2019 Hague&Co

Ode aan de Nederlandse mode

 

Door Katya von Vaupel Klein

 

Vanaf 19 september 2015 brengt het Haagse Gemeentemuseum een ode aan de Nederlandse mode, vanaf de negentiende eeuw tot nu. Het is een ode die bekende en minder bekende Nederlandse pareltjes toont die samen het kleurrijke verhaal van de Nederlandse mode vertellen.

Madelief Hohé is sinds 2000 werkzaam bij het Gemeentemuseum en is sinds 2003 conservator van de modeafdeling. We spraken Madelief over het maken van tentoonstellingen, de rol van mode in onze samenleving, Haagse mode, en natuurlijk de nieuwe tentoonstelling.

 

 

Wat maken de tentoonstellingen en de collectie van het Gemeentemuseum zo uniek?

“Ik denk zelf dat de vormgeving heel belangrijk is en ben ook heel blij met de mannen met wie we samenwerken: Maarten Spruyt en Tsur Reshef. Ik denk dat het echt iets toevoegt als je met mensen werkt die helpen een verhaal te vertellen. Die beeldende context creëert een verhaal rondom een jurk. Dus ik denk dat dit wel onze kracht is. We hebben ook een goede collectie, een grote bron om uit te putten. Maar het is nooit klaar. Ook voor de aankomende tentoonstelling Ode aan de Nederlandse mode hebben we geleend van bijvoorbeeld jonge ontwerpers omdat we niet al hun ontwerpen in huis te hebben. Dat kan ook niet. Dus ook die dynamiek tussen oud en modern bij elkaar is denk ik heel belangrijk voor ons. Dat het niet slechts het één of het ander is.”

 

Er is altijd discussie of mode wel of geen kunst is. Welke rol heeft mode in het Gemeentemuseum?

“Dit museum verzamelt mode niet als kunst. Dat wordt in Utrecht en Rotterdam wel gedaan, maar bij ons moet het wel echt nog draagbaar zijn. Mode vertelt heel veel over onze geschiedenis. Dus als je bijvoorbeeld vrouwenemancipatie uitlegt en dat het in de jaren zestig van de vorige eeuw bijna nog onbespreekbaar was om een broek te dragen als vrouw, is dat haast onvoorstelbaar voor jongeren. Mode is een goed medium om dit uit te leggen. Het heeft ook veel esthetiek en schoonheid, wat belangrijk is voor een museum. Daarnaast heeft mode ook veel met handel te maken In de aankomende tentoonstelling behandelen we bijvoorbeeld exotische stoffen die we in Nederland hadden omdat we handelden met het Verre Oosten. Het vertelt dus ook veel over hoe een land in de wereld staat.”

 

Wat betekent mode als fenomeen voor jou?

“Ik vind het heel fascinerend. Als je een goed verhaal vertelt, kan je met een object veel vertellen over toen en nu. Dat vind ik erg leuk. Het vertelt veel over mensen zelf, over hoe ze in elkaar zitten. Behalve dat het een reflectie is van tijd en identiteit draait het ook om esthetiek. Ik kan ook erg blij worden van een goede show of een prachtige foto. Ik vind het ook fascinerend dat het een van de weinige media is waarin je het niet in je eentje allemaal kan doen. Een beeldende kunstenaar kan het in zijn eentje, maar een modeontwerper kan nog zo’n goed stuk maken, als het model niet goed is, of het haar en de make-up, of de muziek is slecht, dan is het nog niks. Maar als dat wel allemaal lukt, dan is het een heel gaaf iets. Er zit zo’n leuke energie in dit vak. Dus dat samen tot iets creatiefs komen is uniek, mode geeft een hele andere dynamiek.”

Ode aan Nederlandse mode

HIER!

Jouw advertentie!

Neem contact op voor de mogelijkheden om te adverteren op

 

HAGUE MAGAZINE ONLINE

hague magazine museum voorlinden
Hague magazine, haguemagazine, the hague, den haag, mode, fashion, magazine, tijdschrift, cover

Zou je kunnen spreken over een typische Haagse mode?

“Als ik collega’s uit Amsterdam over heb zijn, die redelijk verbaasd als ze over het Lange Voorhout lopen. Er zit toch nog steeds een zekere soort chic in de stad. Den Haag was in de negentiende eeuw een stad van plezier in de goede zin. Er woonden veel renteniers in Den Haag, veel mensen die terugkwamen uit Indonesië -en andere gebieden- en zij hadden tijd en geld om zich te vermaken. Dat voelen we nog steeds hier. Mode heeft hier sowieso altijd wel een prominente plek gehad omdat Den Haag internationaal was georiënteerd door het hof en de adel. Hierdoor was men in Den Haag heel goed op de hoogte van de internationale mode en draaide ook mee in dit wereldje. Er waren heel veel partijen waar je heen moest en waar je je ook voor moest kleden en dus waren hier ook de leveranciers. Een couturier als Frans Hoogendoorn was heel bescheiden maar heel prominent in de Haagse kringen en heel bepalend. Hij werkte net als Dior.”

 

Afgelopen zomer was er in Arnhem een tentoonstelling over Nederlandse modefotografie en nu komen jullie met Ode aan de Nederlandse mode. Is er een groei naar belangstelling voor de nationale mode? Wordt Nederlandse mode prominenter?

“Het betekent dat het goed gaat met de Nederlandse mode, maar het is wel moeilijk in Nederland omdat er niet zo’n enorme industrie achter zit. Vandaar ook onze ‘ode’ aan de Nederlandse mode, omdat we ons ook wel realiseren hoe moeilijk het is om hier echt je brood mee te verdienen. Er is veel creativiteit en ik denk dat er vanuit het buitenland dan ook juist naar onze creativiteit wordt gekeken. Er wordt bijvoorbeeld heel erg op Iris van Herpen gelet, juist omdat zij ook die nieuwe technieken zoals 3D printen omarmt. In Nederland zijn ontwerpers daar niet bang voor en vinden ze het juist leuk om daar mee te experimenteren. Dat is ook wel kenmerkend voor Nederland in het buitenland. Maar ik denk dat de focus op nationale dingen een beetje in is. Je ziet ook allerlei boeken over Nederlands design en wij proberen ook altijd te reageren op wat er speelt in de maatschappij.”

 

Wat kunnen we verwachten van Ode aan de Nederlandse mode?

“De tentoonstelling zelf begint echt bij de negentiende eeuw met een briefwisseling tussen een Franse en Nederlandse collega waarin zij de verschillen bespreken tussen Franse en Nederlandse mode. Wat maakt Nederlandse mode zo Nederlands?

Ook in deze tentoonstelling combineren we weer het oude met het moderne. De fotoserie van de tentoonstelling hebben we buiten kunnen doen waar het historische samensmelt met ons hedendaagse landschap bijvoorbeeld. Hierin zie je dan ook dat die lijnen -die grafische vormen waar we in Nederland zo goed in zijn- ook weer in de kleding terugkomen, of het nu ouder of wat moderner is.

We hebben in de tentoonstelling ook onbekendere namen verwerkt, die wel belangrijk waren voor de geschiedenis van de Nederlandse mode. Het is echt een belachelijk groot project en dat is erg leuk!”

 

Aan wie zou je het liefst deze nieuwe tentoonstelling willen laten zien?

“Oh jee… Haha. Ik zou het heel leuk vinden als Max Heymans kwam kijken, maar die is er niet meer. Dat is wel iemand die een soort schwung in de Nederlandse mode heeft gebracht. Ik denk dat zijn bijdrage vooral in het couturier zijn en het openlijk homoseksueel zijn, en hoe hij met zijn klanten omging heel belangrijk was. Daar heb ik zo’n bewondering voor, dat iemand dat zo deed in Nederland. Ik denk dat veel ontwerpers ook wel zullen zeggen dat ze daar iets van hebben meegekregen, van hoe hij was; onmogelijk, en ook bijzonder.”