© 2019 Hague&Co

Het werk van de jonge kunstenaar Wouter Willebrands valt op. Van fijne potloodstreepjes tot vlakbewerking in zwarte inkt; het lijkt een wiskundige som.

Door: Allan Vos

 

Wouter aan het woord:

Op school was ik vroeger voornamelijk goed in Engels, natuur- en wiskunde. Ik had het geluk dat ik voor die vakken ook vaak leuke docenten heb gehad. Die affiniteit met exacte vakken is vervolgens ontwikkeld in een fascinatie voor wetmatigheid, regels en systemen. Uiteindelijk is dit later weer als een belangrijk uitgangspunt in mijn werk teruggekomen. Enerzijds geeft het houvast in het maakproces waarin ik veel gebruik maak van systemen en willekeurigheid die daarin wordt losgelaten. Tegelijkertijd bevraagt het de mate waarin we vrij zijn en vrij kunnen beslissen over de wegen die we bewandelen en in hoeverre er deels bepaald is.

Hoe heeft de academie je gevormd of heb je dat meer zelf gedaan?

Een groot deel van het curriculum op de academie is gericht op het ontwikkelen van vaardigheden. Zo leer je bijvoorbeeld modeltekenen, fotograferen en allerlei andere praktische kennis over materialen en technieken. Echter wat mijn vorming nog het meest heeft mogelijk gemaakt is dat dit alles gebeurt in een stukje wereld waar alles kan en mag en geen idee of creatieve uiting als vreemd wordt gezien. Alles mag worden gemaakt en bevraagd. Deze vrijheid maakt mogelijk dat je heel veel kan experimenteren en vervolgens kan ontwikkelen. Uiteindelijk hebben een aantal docenten dat experimenteren weer heel goed weten te begeleiden, waardoor ik nu een goed beeld heb van wat ik wil maken, wie ik wil zijn en hoe ik me kan ontwikkelen. Ik denk dat je als kunstenaar (maar vooral ook als mens) zo veel als kan moet blijven zien en lezen, en vervolgens bevragen. Input zorgt voor output.

Hoe ben je gekomen tot de stijl die je werk nu kenmerkt?

In het jaar van het eindexamen werd de ruimte gecreëerd in het curriculum om je langdurig op een zelfgekozen project te focussen. Ik heb toen de affiniteit met regels en systemen weer gevonden in het creatieve proces. Het is begonnen met een systematische aanpak die zich eigenlijk als een soort evolutie zich heeft ontvouwt. Waarbij elke tekening een nieuw onderzoek was met net wat andere randvoorwaarden dan de voorgaande tekening. Een voorbeeld hiervan is ‘the depths of many marvellous moments seen all at one time’. Dit is een werk waarbij over een opgezet potloodgrid allerlei vectoren (pijltjes) te zien zijn. De eerste tekening met een grid en een pijl was eigenlijk een experiment waarbij ik wilde zien hoe lang het zou duren voor een spoor van elkaar opvolgende vectoren van het papier zou aflopen. Doordat dit vrij snel gebeurde vroeg ik vervolgens af als je de stap zou verbieden waarbij een vector buiten een vooraf bepaalde kader zou komen de tekening er vervolgens uit zou zien. Natuurlijk is dan een ander ‘eindpunt’ nodig waarbij de tekening af zou zijn. In dit geval zou dat zijn als deze weer in zijn eigen oorsprong zou terugkomen. Het gevolg is een wolk van vectoren met wisselende dichtheid.

Ben je hierbij geïnspireerd door de stijl? In mijn ogen past het zo in een rijtje met Mondriaan en Rietveld.

De verwijzing naar de Stijl is vaker gemaakt. Wat ik hiermee deel is het minimalistische. Zo gebruik ik weinig kleur in mijn werk en probeer ik ook simpele beeldtaal te gebruiken; stipjes, streepjes en vlakken. Dit om verwijzingen en symboliek dat figuratief beeld kan hebben te voorkomen. Het verschil zit denk ik voornamelijk in hoe ik die minimalistische beeldtaal inzet, de zorgvuldigheid waarmee ik een titel kies en hoe die zich verhoudt tot het werk. Uiteindelijk is het doel dat, met een zorgvuldig gekozen titel, die soms ook na weken pas precies is zoals ik het wil, vorm en inhoud samen komen en ‘iets’ voor gaat stellen. Vaak is dit verwijzing naar een gedachte, filosofie of concept. In het werk ’if today has no tomorrow’ was het uitgangspunt vrij simpel; neem een fineliner en stip deze rij voor rij leeg op een vel papier. Van te voren wist ik niet precies hoe lang dat zou gaan duren en heb ik daarom gekozen om het werk op een rol papier te maken. Elke dag dat ik er aan werkte kon de laatste zijn, aangezien de inkt in de pen langzaam opraakte. Uiteindelijk heeft het ongeveer drie maanden geduurd voor de pen helemaal leeg was. De titel legt de schakel tussen het beeld en het idee erachter en verwijst naar de onzekerheid in ons bestaan, de vluchtigheid. Er komt een dag voor iedereen waarna geen volgende komt. Een werk over de onzekerheid.

Hoe ga je te werk voor een nieuw werk? Maak je schetsen?

Een idee voor een nieuw werk komt grofweg op twee verschillende manieren. In eerste instantie kan het ontstaan uit een interesse voor een bepaald onderwerp, bijvoorbeeld door het lezen van een boek, kijken van een film of uit een gesprek of discussie. In dat geval begint het met verdieping tot ik de essentie heb gevonden, de rede dat het me interesseert, aangrijpt of bezig blijft houden. Een idee kan daarnaast ook ontstaan uit ander werk waar ik mee bezig ben of al af is, doordat het een vraag oproept; “wat als ik dit of dat verander, hoe komt het er dan uit te zien?” Op die manier ging ik in het laatste jaar van de academie en kort daarna vooral aan het werk. In beide gevallen begint het met een kleine schets om de verhouding te bepalen en vervolgens het opstellen van de regels of beperkingen in het systeem dat ik bedenk. De grootte is meestal van te voren bepaald, behalve als er een factor in zit waardoor ik daar geen grip op heb zoals in ‘if today has no tomorrow’.

Je werk hangt inmiddels op grote kunstbeurzen en diverse galeries. Wat wil je graag (nog) bereiken?

Ik heb het geluk dat ik al aan heel wat exposities en kunstbeurzen mee heb mogen doen. Eigenlijk heb ik sinds de academie, met hier en daar een paar periodes uitgezonderd, steeds wel iets gehad om naar toe te werken. Dit geeft een hele fijne motivatie. Toch probeer ik de routine te bewaken en bezig te blijven, binnen en buiten mijn atelier. Ik merk dat mijn werk het best tot haar recht komt in ‘white-cube’ achtige, museale ruimtes, waar over het algemeen minder afleiding is en werk meer ruimte krijgt. Om die reden zou ik graag mijn werk laten zien in een museum of vergelijkbare setting. Ook zou ik graag willen samenwerken met een academie, vanuit de rol als kunstdocent, wellicht door het geven van workshops of lezingen, en zo aanstormend talent willen helpen ontwikkelen en aanmoedigen.

Wouter Willebrands

Hague magazine, haguemagazine, the hague, den haag, mode, fashion, magazine, tijdschrift, cover, travel, rotterdam, lille, porto, luxury
hague magazine, haguemagazine, magazine, travel, art, fashion, mode, culture, travel, den haag, the hague, magazine, dutch design, michelangelo winklaar, haagse ontwerper, dutch design
hague magazine, haguemagazine, travel, art, fashion, dutchdesign, owl and the pussycat, sri lanka

HIER!

Jouw advertentie!

Neem contact op voor de mogelijkheden om te adverteren op

 

HAGUE MAGAZINE ONLINE